Voor een kind dat twijfelt aan zichzelf, bang is om fouten te maken of snel gefrustreerd raakt, kunnen deze woorden een belangrijke stap zijn naar meer zelfvertrouwen.
Misschien hoor je als ouder dit soort uitspraken wel eens: “Mama, ik kan dit toch niet.” of “Straks lachen ze me uit.” of “Ik wil het niet proberen, want dan gaat het vast fout.” Op het eerste gezicht lijken het onschuldige opmerkingen. Maar achter deze woorden schuilt vaak iets veel groters: een kind dat twijfelt aan zichzelf.
Steeds vaker zie ik kinderen die slim, lief, creatief en gevoelig zijn, maar die tegelijkertijd bang zijn om fouten te maken. Kinderen die veel nadenken, zichzelf vergelijken met anderen of al opgeven voordat ze ergens aan beginnen. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze niet geloven dat ze het kunnen.
Onzekerheid ziet er bovendien niet bij ieder kind hetzelfde uit. Sommige kinderen trekken zich terug, worden stil of gaan veel piekeren. Andere kinderen laten hun onzekerheid juist zien door boosheid, frustratie, perfectionisme of driftbuien wanneer iets niet lukt.
Ze reageren fel op kritiek, geven anderen de schuld of haken direct af als iets moeilijk wordt. Van buiten lijkt het dan misschien alsof een kind vooral boos, koppig of opstandig is. Maar onder dat gedrag schuilen vaak gevoelens van teleurstelling, spanning, onzekerheid of angst om fouten te maken.
Gedrag is vaak slechts het topje van de ijsberg. Onder de oppervlakte gebeurt meestal veel meer.
𝗢𝗻𝘇𝗲𝗸𝗲𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱 𝗯𝗶𝗷 𝗸𝗶𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲𝗻 𝗸𝗼𝗺𝘁 𝘀𝘁𝗲𝗲𝗱𝘀 𝘃𝗮𝗸𝗲𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿
Wanneer we praten over mentale gezondheid bij kinderen, denken veel mensen aan tieners. Toch worden de eerste bouwstenen van zelfvertrouwen al gelegd in de basisschooltijd.
Juist in deze jaren leren kinderen:
- hoe ze naar zichzelf kijken;
- hoe ze omgaan met tegenslagen;
- wat ze denken wanneer iets niet lukt;
- of fouten maken veilig voelt;
- hoe ze reageren op spanning en onzekerheid.
Kinderen groeien tegenwoordig op in een wereld waarin prestaties steeds zichtbaarder zijn. Ze zien wat anderen doen, vergelijken zichzelf sneller en voelen vaak al jong verwachtingen van hun omgeving én van zichzelf. Daardoor kan een klein moment soms veel groter voelen dan het werkelijk is.
𝗪𝗮𝗻𝗻𝗲𝗲𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗳𝗼𝘂𝘁 𝘃𝗼𝗲𝗹𝘁 𝗮𝗹𝘀 𝗳𝗮𝗹𝗲𝗻
Voor het ene kind is een onvoldoende een teken dat er meer geoefend mag worden. Voor een ander kind voelt dezelfde onvoldoende als bewijs dat het “niet slim genoeg” is. Dat verschil zit meestal niet in intelligentie of talent. Het zit in de betekenis die een kind geeft aan een gebeurtenis.
Een spreekbeurt wordt dan niet gezien als iets spannends wat best moeilijk mocht zijn, maar als een bewijs dat iedereen heeft gezien dat het niet goed genoeg ging. Een verloren wedstrijd wordt niet ervaren als een leermoment, maar als een teken van falen.
Wanneer kinderen op deze manier naar zichzelf kijken, kan hun zelfvertrouwen langzaam afbrokkelen. Sommige kinderen worden daar stil en teruggetrokken van. Andere kinderen laten juist meer boosheid, frustratie of weerstand zien. Hoewel het gedrag verschillend lijkt, ligt de oorzaak vaak dichter bij elkaar dan we denken.
𝗪𝗮𝘁 𝗸𝗶𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲𝗻 𝗻𝗼𝗱𝗶𝗴 𝗵𝗲𝗯𝗯𝗲𝗻 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗺𝗲𝗲𝗿 𝘇𝗲𝗹𝗳𝘃𝗲𝗿𝘁𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲𝗻
Natuurlijk is kennis belangrijk. Maar minstens zo belangrijk zijn de vaardigheden die kinderen helpen om stevig in hun schoenen te staan.
Kinderen hebben nodig dat ze leren:
𝙃𝙪𝙣 𝙜𝙚𝙫𝙤𝙚𝙡𝙚𝙣𝙨 𝙩𝙚 𝙗𝙚𝙜𝙧𝙞𝙟𝙥𝙚𝙣
Wanneer een kind woorden kan geven aan gevoelens zoals verdriet, boosheid, spanning of teleurstelling, worden emoties vaak minder overweldigend.
𝙃𝙚𝙡𝙥𝙚𝙣𝙙𝙚 𝙜𝙚𝙙𝙖𝙘𝙝𝙩𝙚𝙣 𝙩𝙚 𝙤𝙣𝙩𝙬𝙞𝙠𝙠𝙚𝙡𝙚𝙣
Kinderen hoeven niet altijd positief te denken. Wel mogen ze leren ontdekken dat gedachten niet altijd de waarheid zijn. De gedachte: “Ik kan dit niet” kan veranderen in: “Ik vind dit lastig, maar ik kan het leren.”
𝙊𝙢 𝙩𝙚 𝙜𝙖𝙖𝙣 𝙢𝙚𝙩 𝙨𝙥𝙖𝙣𝙣𝙞𝙣𝙜
Spanning hoort bij het leven. Een toets, spreekbeurt of nieuwe situatie mag best spannend zijn. Het verschil zit in weten hoe je met die spanning om kunt gaan.
𝙋𝙧𝙤𝙗𝙡𝙚𝙢𝙚𝙣 𝙤𝙥 𝙩𝙚 𝙡𝙤𝙨𝙨𝙚𝙣
Kinderen die leren zoeken naar mogelijkheden en oplossingen, ervaren meer grip op moeilijke situaties.
𝙁𝙤𝙪𝙩𝙚𝙣 𝙩𝙚 𝙙𝙪𝙧𝙫𝙚𝙣 𝙢𝙖𝙠𝙚𝙣
Misschien wel één van de belangrijkste vaardigheden van deze tijd. Want juist door fouten te maken leren kinderen groeien, ontdekken en ontwikkelen.
𝙆𝙬𝙖𝙡𝙞𝙩𝙚𝙞𝙩𝙚𝙣 𝙚𝙣 𝙩𝙖𝙡𝙚𝙣𝙩𝙚𝙣 𝙤𝙣𝙩𝙙𝙚𝙠𝙠𝙚𝙣
Kinderen die weten waar ze goed in zijn, staan steviger in hun schoenen. Wanneer een kind zijn of haar eigen kwaliteiten leert herkennen, groeit het zelfvertrouwen van binnenuit. Niet alleen leren ze wat moeilijk is, maar juist ook wat al wél lukt. Dat helpt kinderen om zichzelf realistischer en vriendelijker te bekijken, ook wanneer iets spannend of lastig is.
𝗗𝗲 𝗸𝗿𝗮𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝘃𝗼𝗹𝘄𝗮𝘀𝘀𝗲𝗻𝗲𝗻 𝗼𝗺 𝗲𝗲𝗻 𝗸𝗶𝗻𝗱 𝗵𝗲𝗲𝗻
Een kind hoeft dit niet alleen te leren. Onderzoek laat zien dat kinderen veerkrachtiger worden wanneer zij zich gesteund voelen door belangrijke volwassenen in hun leven. Ouders, leerkrachten, opa's, oma's of andere betrokken volwassenen spelen hierin een enorme rol.
Kinderen hebben volwassenen nodig die:
- laten zien dat fouten maken normaal is;
- aandacht geven aan inzet, niet alleen aan resultaten;
- nieuwsgierig zijn naar wat er achter gedrag schuilgaat;
- laten merken dat gevoelens er mogen zijn;
- vertrouwen uitstralen, ook wanneer een kind dat zelf even kwijt is.